Een bibliotheek is…

Een [wetenschappelijke] bibliotheek is een persoon of, meestal, een groep van deskundige personen, die, met behulp van een collectie boeken en tijdschriften, audiovisuele materialen en elektronische bestanden, in samenwerking met andere soortgelijke instellingen inspeelt op en voorziet in de informatiebehoeften van de door haar te bedienen cliënteel. […] De beste bibliotheek is dus die bibliotheek die functionarissen met de hoogste deskundigheid tewerkstelt, de grootst mogelijke cohesie onder deze functionarissen weet te bereiken, de meest adequate collectie informatiedragers bezit, het meest alert is voor de gerechtvaardigde eisen van haar gebruikers en daar, in de best mogelijke verstandhouding met andere bibliotheken en gebruik makend van moderne technologische hulpmiddelen, het meest ‘cost effective’ aan voldoet.

Ludo Simons in: “Een visie op het beleid van de UFSIA-bibliotheek” (uit het Beleidsplan Centrale Bibliotheek, 1997-2000. – Antwerpen: UFSIA, 1997. – 17 p.)

Dan zat mijn dagtaak er om 17 uur op

Jacques T’Kindt, leraar van het jaar en 34 jaar in het onderwijs, in Klasse, nr. 197 (september 2009), p. 29:

In het begin van mijn loopbaan kreeg ik een job als bibliothecaris aangeboden. Dan zat mijn dagtaak er om 17 uur op. Maar extra werk heeft me nooit afgeschrikt.

Foei, meneer T’Kindt. Waarom komt u met zo’n cliché aanzetten? Denkt u dat alleen leerkrachten geen nine-to-fivejob hebben?

En collega’s-bibliothecarissen: misschien moeten we wat minder bescheiden zijn en ook elk jaar een bibliothecaris van het jaar verkiezen?

Je kunt veel bedenken, maar niet alles

Wannes Van de Velde (1937-2008) in een portret van filmregisseur Rudi Van den Bossche en theatermaker Karel Vingerhoets (1996):

Laat ons aannemen dat toeval een kwestie is van lijnen die op zichzelf misschien deel uitmaken van een banale realiteit, maar die elkaar snijden in een punt dat niemand kon voorzien, dat niemand kon voorspellen, of bedenken. Want je kunt veel bedenken, maar niet alles.

Brussel mentaal gelost

Schrijver Tom Lanoye in een interview met Het Belang van Limburg Magazine (23 augustus 2008, pagina 5) naar aanleiding van zijn nakende vijftigste verjaardag:

Op een of andere manier hebben we Brussel mentaal al gelost. Wanneer gaan we het laatste taboe opheffen? Wanneer gaan we ook de omgekeerde transfers eens durven opsommen? Wat als we eens belastingen zouden heffen op waar mensen hun werk uitoefenen? Vlamingen rijden massaal naar Brussel, vervuilen er de lucht, eisen meer en meer snelwegen, verdienen in Brussel goed hun geld, maar trekken ’s avonds terug naar Vlaanderen: weer die vervuiling. En dan nog gaan kankeren op Brussel, “een stad vol vreemdelingen.” Ga er dan wonen, hé, dan zijn er al wat minder.

Als ik koning zou zijn…

Als ik koning zou zijn, zou ik als een soort militaire dienstplicht alle Vlamingen voor zes maanden naar Wallonië sturen en alle Walen voor zes maanden naar Vlaanderen. Daar zouden ze bij gezinnen worden ondergebracht en op deze manier zouden we razend snel onze etnische en taalkundige problemen oplossen. Omdat iedereen op dezelfde manier kiespijn heeft, iedereen van zijn moeder houdt en iedereen van spinazie houdt of er van walgt. Dat zijn de zaken die echt tellen.

Jacques Brel (1929-1978), door Mohamed El-Fers geciteerd in “Brel” (Mets, 1998, ISBN 90-5330-245-X).