O Dierbaar België Tu Vivras

Gisteren vond aan de voet van het Atomium het Belgavox Concert plaats. Het concert is het eerste evenement van de vzw Belga-Vox, die er is gekomen op initiatief van wijlen Marc Moulin, Axelle Red, Filip Vanes, Baloji Stephan Galon, Jan Hautekiet en Patrick Riguelle. De vzw heeft als missie bij te dragen “tot het versterken van de solidariteit, de dialoog, het respect, het samenhorigheidsgevoel en de multiculturele diversiteit in België”.

In de pers kwamen er nogal wat negatieve reacties, met name ook op het aantal van 35.000 aanwezigen dat volgens sommigen zwaar overschat zou zijn. Ik was zelf wel op Belgavox aanwezig en ook ik twijfel over het aantal van 25.000 (eerste schatting) of 35.000 (laatste schatting) aanwezigen. Ik kan dus alleen maar hopen dat de mensen die de bezoekersaantallen inschatten dat in eer en geweten en zonder overdrijven doen.

Voorts denk ik niet dat concerten als Belgavox zwaar wegen op de politieke agenda van ons land, of op de gedragingen van zijn bevolking. Gaan de Vlamingen nu plots meer naar Waalse muzikanten luisteren? Gaan de Walen meer naar Vlaamse muzikanten luisteren? Ik wou dat het waar was, maar ik vrees van niet. Op de metro terug naar huis hoorde ik enkele Vlaamse aanwezigen afgeven op het liedje ‘Copycat’ van Patrick Ouchène. Die was immers ‘door de Walen’ naar het Eurovisiesongfestival gestuurd. Dus wat komt er dan terecht van solidariteit en verdraagzaamheid?

Verbroederingen tussen Vlamingen en Walen heb ik – behalve op het podium – ook niet gezien. Alhoewel ik er een absolute voorstander van ben dat België als land blijft bestaan – met een gemaximaliseerde autonomie van de gemeenschappen – moeten we de zaak ook niet te romantisch voorstellen. Wie echt pleit voor toenadering tussen Vlamingen en Walen moet er in de eerste plaats voor zorgen dat beide kanten elkaars taal begrijpen en spreken; elkaars kunstenaars en met name elkaars literatuur leren kennen; elkaars kranten gaan lezen en naar elkaars televisie kijken; elkaars geschiedenis leren kennen, ook.

Toenadering via het ‘elkaar leren kennen’ is een mooie opdracht voor de ouders van onze kinderen en voor ons (gefederaliseerde) onderwijs. Want je moet het echt met de papfles meekrijgen, anders is het foutu / om zeep. Dat merk ik zelf alle dagen als aangespoelde Brusselaar. In alle eerlijkheid, ik doe mijn best, maar ik blijf toch altijd in de eerste plaats een Nederlandstalige die weinig voeling heeft met de ‘cultuur van de andere kant’. Ik volg voor een stuk de anderstalige pers, maar daar blijft het zo’n beetje bij. Naar Belgische Franstalige muziek luisteren doe ik zelden en Franse romans lezen komt er meestal ook niet van. Ik zou wel willen, maar vaak is het water net iets te diep omdat de ‘Franstalige entourage’ me ontbreekt. Misschien moet ik me door een Franstalige Belg laten ‘adopteren’, of een ‘gemengde relatie’ aangaan zoals in Brussel vaak voorkomt. Alhoewel ik me laat vertellen dat dit laatste ook geen garantie biedt.

België is en blijft een moeilijk land, maar wel een land dat mij lief is. Een ‘moeilijk lief’ zoals de voormalige Antwerpse stadsdichter Tom Lanoye het zou noemen. België blijft dus een spannende uitdaging. Is dat ook romantiek? Ja, een beetje wel. Maar als Belg kan ik me die uitspraak veroorloven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *