Leuteren op de werkvloer

Steeds meer werknemers en werkgevers zijn het beu om op de werkvloer te worden geconfronteerd met het privéleven van collega’s. Dat blijkt volgens de Nederlandse krant Trouw (bijlage DeWeekendGids 21.02.2009, p. 42-43) uit een onderzoek van Luc Mutsaers, beheerder van de website Plezieropjewerk.nl. Volgens datzelfde onderzoek zou meer dan een derde van de werknemers voorstander zijn van een strikte scheiding van werk en privé. Aan het onderzoek werkte voornamelijk kantoorpersoneel mee.

Managementtrainer Paul Effting vindt dat medewerkers in een bedrijf zich als een gast moeten gedragen en alleen maar worden betaald voor hun deskundigheid of vaardigheid. Dus niet om over hun privéleven of persoonlijke problemen te leuteren. Ook de Duitse ondernemer Judith Mair is voor dat idee gewonnen. Zij gaat zelfs nog een stap verder en zegt dat je je werk niet per se leuk moet vinden om het naar behoren te kunnen uitoefenen. Ze hanteert een strenge regelgeving – zogenaamd om haar werknemers te behoeden voor een te sterke verstrengeling van privé en werk: vaste werktijden, vaste werkplekken, een uniform, privégesprekken die hoogstens vijf minuten mogen duren… Daar staat tegenover dat ze ook helemaal niet verwacht dat het personeel werk mee naar huis neemt of na de werkuren nog bereikbaar is. Ze wil liefst helemaal geen overlap.

Pedagoog en adviseur gezinsbeleid Peter Cuyvers ziet het anders. Hij vindt het een idioot idee om werk en privé zo streng van elkaar te scheiden. Met name omdat mensen nu eenmaal graag praten over wat hen bezighoudt. Hun kinderen bijvoorbeeld. En het aantal werkende ouders stijgt. Cuyvers begrijpt wel dat het niet leuk is voor kinderloze collega’s om altijd in de bres te moeten springen voor collega’s die wel kinderen hebben. Bijvoorbeeld tijdens de schoolvakanties of als de kinderen ziek zijn.

Arbeidspsycholoog Jaap van den Broek stelt vast dat in een aantal gevallen de verhouding werk en privé vaak totaal omgedraaid wordt. Mensen nemen vaker werk mee naar huis omdat ze tijdens de kantooruren zo veel sociale bezigheden hebben dat ze aan werken niet meer toekomen. Zo’n situatie kan leiden tot stress en burn-out. Van den Broek vindt ook dat werkgevers niet zouden moeten tolereren dat hun werknemers voortdurend aandacht vragen voor privé-aangeledenheden. Als werkgever kan je tot op een bepaald niveau begrip hebben voor de privésituatie van een personeelslid, maar je moet je niet bezighouden met de zorg voor de werknemer.

Paul Effting zegt dat een organisatie aan haar werknemers maar duidelijk moet maken dat ze hun privéproblemen zelf moeten oplossen. Of het dan op kantoor niet minder gezellig wordt als je alleen maar over het werk praat? Dat vindt Effting geen bezwaar, want volgens hem moeten werknemers hun persoonlijke behoeften niet uit hun werk halen. Dat tevreden werknemers beter werk zouden afleveren, blijkt volgens hem uit geen enkel onderzoek. Zelfs complimentjes als blijk van waardering zijn voor hem helemaal niet nodig. Want als een werknemer telkens een complimentje nodig heeft om z’n werk naar behoren uit te voeren, dan is hij geen goede werknemer.

Hoe het komt dat de vraag naar het scheiden van werk en privé plots zo hevig de kop opsteekt, is me niet helemaal duidelijk. Misschien is het een noodkreet van werknemers die voortdurend harder moeten presteren omdat hun collega’s er de kantjes aflopen en te veel van hun werktijd aan privézaken besteden. Dat lijkt dan ook te verklaren waarom de vraag eerder vanuit de kant van kantoorpersoneel en blijkbaar minder uit andere – met name creatieve of sociale – sectoren komt.

Zoals altijd lijkt het mij dat je de gulden middenweg moet bewandelen. Oké, werk is werk en privé is privé. Maar overlap moet kunnen, zeker als je als werkgever wilt dat je personeel creatief en gemotiveerd blijft en ook al eens een extraatje doet als dat nodig is. Tenslotte brengen we een derde van een vierentwintig uur durende dag door op het werk. We leven er samen met onze collega’s en dus delen we voor een stuk noodgedwongen ook lief en leed met elkaar. Daar is niets mis mee, zolang het persoonlijke binnen de perken blijft. Want zakelijkheid moet er zijn, maar niet tot in den treure.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *