Inleiding “2.0” voor Brusselse bibliotheken – verslag

Op maandag 16 en vrijdag 20 juni hielden mijn collega Anke Coppens en ikzelf samen twee parallelle presentaties “Inleiding Web 2.0 en Bibliotheek 2.0 voor Brusselse bibliotheken”. Het opzet van deze presentaties werd in een eerder bericht toegelicht. De presentatie (SlideShare) zelf staat onderaan dit bericht.

We gaan hier dieper in op het verloop van de beide sessies en doen enkele vaststellingen aan de hand waarvan we een aantal voorzichtige conclusies formuleren.

Het doelpubliek voor de presentaties was het personeel van alle Nederlandstalige openbare bibliotheken in het Brusselse hoofdstedelijke gewest. In totaal namen 19 + 17 = 36 personen deel. De twee deelnemersgroepen waren heterogeen samengesteld: er was geen groepering op basis van voorkennis, iedereen werd aangemoedigd om deel te nemen en uiteindelijk waren dus ook alle functies vertegenwoordigd: baliemedewerkers, inlichtingenwerkers, educatieve medewerkers, stafleden (diensthoofden) en directieleden of (hoofd)bibliothecarissen. De bijscholing werd gratis aangeboden door het Steunpunt Brusselse Bibliotheken (SBB).

Elke sessie duurde ongeveer twee uur, inclusief een koffiepauze van een kwartier. De deelnemers kregen bij aanvang hand-outs van de presentatie zodat ze desgewenst notities konden nemen.

Ikzelf nam het eerste – overwegend theoretische gedeelte – voor mijn rekening. De bedoeling van het bijscholingsmoment werd gekaderd in het rapport “De digitale openbare bibliotheek in Vlaanderen: een strategische kijk op de toekomst” van de Vlaamse overheid, gevolgd door een beschouwing over Web 2.0 en Bibliotheek 2.0. Collega Anke demonstreerde in het tweede gedeelte vier Web2.0-toepassingen en gaf daar uitleg bij: blogs (vergelijkende casus bibliotheek Lommel en bibliotheek Sint-Gillis); wiki (casus lemma “Brussels Netwerk Openbare bibliotheken” op nl.wikipedia.org); Flickr (casus bibliotheek Vlissingen) en del.icio.us (casus Hoofdstedelijke Openbare Bibliotheek).

Ongeveer halverwege de presentatie (op het einde van het eerste deel) kwam de intentieverklaring “A Librarian’s 2.0 Manifesto” van Laura B. Cohen ter sprake. We hadden gezorgd voor een vertaling van de Engelse tekst van Cohen in het Nederlands. Aan de deelnemers werd gevraagd om op een formulier één van de zeventien intenties aan te duiden die hen het meeste aansprak of waarmee ze direct aan de slag zouden willen gaan. Op die manier zou kunnen worden nagegaan wat er leeft in het werkveld en deze informatie zou eventueel ook kunnen worden gebruikt als basis voor de samenstelling van een vervolgtraject.

Halverwege en op het einde was er ruimte voor vragen en opmerkingen. Op het einde van de bijscholingssessie ontvingen alle deelnemers een gratis exemplaar van de BibliotheekSpecial (themanummer van BibliotheekBlad) over “De virtuele bibliotheek” die begin dit jaar was verschenen en waarin een aantal Vlaamse Web2.0-initiatieven aan bod kwamen.

Er vond geen formele evaluatie van de bijscholing met de deelnemers plaats. Aan enkele deelnemers werden doelgericht vragen gesteld om te peilen naar hun verwachtingen en de inlossing daarvan.

Op basis van onze bevindingen van de eerste sessie op maandag werd het verloop van de tweede sessie op vrijdag licht aangepast. Met name werd het theoretische gedeelte vrijdag met tien minuten tot een kwartier ingekort, waardoor die tijd vrijkwam voor een diepgaander behandeling van de voorbeelden in de tweede helft van de presentatie. Deze wijzigingen werden ingegeven door het feit dat de houding van de deelnemers op maandag eerder receptief dan interactief was. Er werden geen vragen gesteld of opmerkingen gemaakt, de deelnemers bleven achteraf ook niet napraten (maar dat laatste zal zeker ook te maken hebben gehad met het feit dat op maandagmiddag heel wat deelnemers vrijwel onmiddellijk na de bijscholing aan hun publieksdienst in de bibliotheek moesten beginnen). Toch bleek uit steekproefsgewijze gesprekjes met de deelnemers van maandag dat de verwachtingen meer op een praktische benadering waren gericht en dat ze het theoretische gedeelte dus te lang vonden.

Om het theoretische gedeelte zonder verlies van inhoud in te korten was een vondst nodig. De zeventien afzonderlijke dia’s over het “Manifesto” van Laura Cohen werden vervangen door een filmpje waarin elk van die dia’s ongeveer elf seconden in beeld kwam met op de achtergrond het liedje “New Soul” van Yael Naim. Terwijl het filmpje draaide kregen de deelnemers de tijd om de intentie van hun voorkeur (uit het “Manifest”) op een formulier aan te duiden. Dit gebeurde – enigszins tot mijn verbazing, ik geef het toe – in opperste concentratie en volstrekte stilte. De rest van de tijdswinst werd gerealiseerd door de theoretische inhoud in een hoger tempo te behandelen.

Op maandag waren er zoals gezegd helemaal geen vragen of opmerkingen. Wel vroegen enkele deelnemers achteraf naar plannen voor een mogelijk vervolgtraject. Ook vrijdag was die wens bij sommigen duidelijk aanwezig, maar bovendien kwamen er enkele interessante opmerkingen.

Collega Anke had tijdens haar uitleg over blogs en over Flickr gewezen op het auteursrecht van afbeeldingen en het belang van interne afspraken die je moet maken als je met het bibliotheekpersoneel aan het bloggen gaat. Terecht werd dan ook de vraag gesteld hoe je de interactiviteit en participatie die van een bibliotheek stijl “2.0” wordt verwacht kunt rijmen met het soms stringente of ronduit afwijzende beleid dat gemeenten op dit vlak vaak voeren. Goede afspraken zijn één ding, maar lokale besturen moeten inderdaad hun personeel ook het vertrouwen gunnen dat nodig is om met Web2.0-toepassingen aan de slag te gaan in interactie met hun klanten.

Aansluitend op de vorige opmerking kwam de vraag hoe je omgaat met ongewenste reacties, of oeverloos “geklets” op blogs. Als beheerder van een blog heb je tal van mogelijkheden om hiermee om te gaan. Ongewenste reacties kunnen worden verwijderd of de reactiemogelijkheid van een bericht kan zelfs helemaal worden afgesloten. Natuurlijk moet je hier omzichtig mee omspringen, want door reacties onmogelijk te maken doe je afbreuk aan het interactieve aspect van een blog. Een goede tussenoplossing is om alle reacties te modereren en goed te keuren alvorens ze definitief op het blog verschijnen.

Een laatste opmerking ging specifiek over het gebruik van del.icio.us als social bookmarking tool in de Hoofdstedelijke Openbare Bibliotheek. Alhoewel del.icio.us/hob.be nu al bijna een half jaar bestaat en de start zowel in de nieuwsbrief van de bibliotheek als in het personeelsblad HOB-berichten werd aangekondigd, bleken heel wat medewerkers van het bestaan ervan niet op de hoogte. Een terechte kritiek die kan worden opgevangen door in de nabije toekomst korte interne workshops (“10-uurtjes”) rond dit onderwerp te organiseren. Een opdracht voor de nieuwe verantwoordelijke Inlichtingenwerk.

Alles bij elkaar waren de reacties op de twee parallelpresentaties overwegend positief, alhoewel de eerste sessie door de wat theoretische aanpak stroever verliep dan de tweede. Ook Web2.0-lesgevers kunnen – gelukkig – nog bijleren van het contact met en de reacties van hun publiek. In de nabije toekomst zal het Steunpunt Brusselse Bibliotheken bekijken hoe eventueel praktische workshops rond een aantal Web2.0-toepassingen kunnen worden georganiseerd. Mogelijk gebeurt dit in samenwerking met partners die dergelijke begeleide trajecten (vergelijkbaar met 23Dingen in Nederland) nu al aanbieden of plannen dit te doen.

Gepubliceerd door Patrick

Every day I'm a librarian ∞ Brusselaar met een Antwerps accent ∞ sapiophile ∞ filmliefhebber ∞ cum spe sed vigilanter (hopeful, but vigilant) ∞ 1080 Brussel ∞ 1080 Bruxelles.

Doe mee met de conversatie

6 reacties

  1. Patrick: del.icio.us? Zie ik niet direct in waarom. Flickr daarentegen is een vrij deftige tool, maar hou rekening met de 29,99 dollar per jaar voor een pro account; Zonder een pro account zit je op 1-2-3 door je limiet.

    Een wikipedia (en dan gewoon ‘de wikipedia’, geen reden om een nieuwe te ontwikkelen, hij zal toch nooit zo compleet zijn als de Nederlandse officiële wiki) lijkt me onontbeerlijk om mee te kunnen, alleen zie ik niet zo goed in waarom jullie niet zouden werken onder populaire en makkelijke programma’s als Joomla? Een persoon maakte voor mij zo een pagina aan en ondertussen kan ik foto’s, bewegende GIF, tekst en meer invoegen in ene mum van tijd. Gezien met zo een programma het bijna lijkt alsof je een word document opstelt, met uitzondering dat die dan een website zal zijn, zou me dit toch logischer lijken indien je alle lagen van de mensen wil betrekken?

  2. @ Je m’en fish: Joomla opzetten is echt een pak minder eenvoudig dan het opzetten van een eenvoudige blog. En voor Joomla heb je ook je eigen hosting nodig, bij een blog gebruik je wat anderen je aanbieden. Je hebt geen eigen domein nodig, geen eigen bandbreedte…

    Je zegt het zelf: “Een persoon maakte voor mij zo’n pagina aan…”. Zelf een blog aanmaken is in een goed half uur uit te leggen aan iedere werknemer met een beetje goede wil. Hij zal het die avond thuis op zijn computer desnoods kunnen herhalen. Iemand uitleggen hoe hij/zij Joomla moet gaan gebruiken, lijkt me een ander paar mouwen.

    Alle respect voor het Joomla-platform – het is en blijft een goede ontwikkeling – het lijkt me minder geschikt voor mensen die hun eerste stappen willen zetten op Web 2.0 dan bijvoorbeeld een blog.

    (Excuses voor de verwarde uitleg.)

  3. Je m’en fish schreef:

    del.icio.us? Zie ik niet direct in waarom. Flickr daarentegen

    Ik zie niet goed waarom je del.icio.us met Flickr vergelijkt. Beide toepassingen hebben een heel andere doelstelling. Als je een oplossing zoekt voor een “probleem” moet je vanuit de doelstelling vertrekken en in functie daarvan een methode of een instrument (tool) kiezen.

    In de Hoofdstedelijke Openbare Bibliotheek hebben wij del.icio.us gebruikt om tal van websites te verzamelen die van pas kunnen komen bij het inlichtingenwerk. Er zijn bij ons een 50-tal personeelsleden die regelmatig baliedienst doen en daarvan zijn er ongeveer 35 die inlichtingenwerk doen. Typisch zat elk personeelslid met zijn eigen verzameling “Favorieten”, maar dat is echt niet te beheren. Nu staat alles op één plek bij del.icio.us en iedereen kan daar bij. Het voordeel is ook dat onze klanten desgewenst deze verzameling van websites rechtstreeks kunnen raadplegen.

    De opmerking over “Wikipedia” begrijp ik ook niet goed. Natuurlijk is het geen goed idee als bibliotheken een “alternatieve” Wikipedia zouden starten, maar dat is dan ook de bedoeling niet. “Wikipedia” is een eigennaam. Waar het om gaat is het principe van de “wiki”. Die kun je – binnen een bibliotheekcontext – zeker voor een aantal zaken gebruiken, bijvoorbeeld als interne kennisdatabank voor het personeel dat aan inlichtingenwerk doet.

    Tim schreef:

    Alle respect voor het Joomla-platform – het is en blijft een goede ontwikkeling – het lijkt me minder geschikt voor mensen die hun eerste stappen willen zetten op Web 2.0 dan bijvoorbeeld een blog.

    Je uitleg is zeker niet verward, maar juist heel duidelijk. Ik ben het ook volledig met je eens. Joomla – en soortgelijke CMS’en – is niet iets om je eerste stappen in Web2.0-land mee te leren zetten.

  4. Tim: Ok, laat ze allemaal een blog aanmaken. Binnen de kortste keren staat de comment box wellicht vol met spambot rotzooi. In het slechtste geval nam iemand de controle van de blog over (gebeurde zelfs met de website van Brussels festival fantastische film vorig jaar).

    Blogs lijken makkelijk en onschuldig. Net daarom, zoals myspace e.d., zijn ze soms makkelijk te misbruiken. De ene blog is de andere niet. En als je toch gaat mensen onderwijzen in makkelijke toepassingen die er niets van kennen, begin dan met een myspace, al dan niet met een editor zodat ze zelf geen codering moeten beginnen. Wellicht komt er toch niemand kijken naar hun blog als ze er allemaal 1 maken…

    Wat ik bedoel met Wiki? Dat lijkt me vrij evident. Jullie zitten 50 personen aan het opleiden waar je duidelijk maanden tot jaren zou nodig hebben aan opleidingskosten. En zelfs hierna zou het moeizaam gaan. Sommigen moeten wellicht op pensioen. Welnu, iedereen van de jonge/geïnformatiseerde generatie kan met een wikipedia werken. Zet genoeg computers met bij voorkeur enkel een aantal websites en toepassingen (google, wikipedia, …) zodat je zeker bent dat je connecties niet fout worden gebruikt, et voila.

    Laten we dan nog zwijgen over de vele torrents e.d. waar je boeken kan vinden nog voor ze uit zijn. Persoonlijk vond ik nergens in Brussel een Engels boek en via een torrent heb ik dat op 20 minuten binnengehaald. Praktisch op pc? Wellicht niet, en afprinten zou niet milieubewust zijn, maar al bij al stel ik me vragen bij het opleiden en de richting die jullie uitgaan: Zoals ik al zei getuige het ‘feest’ dat de openbare bibliotheek organiseerde, lijkt me de werking en de ideeën nogal oubollig.

    Je hebt geen clowns, jongleurs, kinderanimatie nodig om jezelf te profileren, noch een volledige opleiding van je mensen. Niet iedereen moet elk platform kunnen gebruiken.

    En ik zet flickr en de.licio.us toch niet gelijk? Ik bedoel maar dat flickr handig is en gebruiksvriendelijk, en bij een beetje beter uitgewerkte blog als deze bv. makkelijk kan ingevoegd worden zoals bij brusselblogt het geval is. Zoals je aanhaalt bij del.icio.us had iedereen zijn eigen links, was het niet werkbaar, en voegde je ze nu samen. Desgewenst kunnen klanten ze checken. Je zegt het zelf, desgewenst; Hoeveel gaan zich daarmee bezig houden? Jullie zitten 10-uur workshops aan het organiseren voor tools voor intern gebruik die naar het publiek toe bij de heropening in mijn ogen slechts een geringe vrucht gaan afwerpen.

    Wat jullie me dunkt meer nodig hebben dan zoveel workshops en infosessies, is dialoog, met personen en organisaties die je tot nu toe weinig tot niet tot de bibliotheek krijgt, om te horen waarom niet. Als ik persoonlijk momenteel informatie nodig heb op deze computer zou ik ook gewoon beginnen wikipedia raadplegen e.d., ik zie slechts zeer weinig reden om nog naar een bibliotheek te lopen en een uur te verliezen. Wellicht zijn we met steeds meer die zo denken.

  5. Je m’en fish schreef:

    @ Je m’en fish:

    Ik stel je reacties zeer op prijs en in een aantal opzichten sla je nagels met koppen, maar je moet wel opletten om niet alle argumenten op een hoopje te gooien.

    Wat ik bedoel met Wiki? Dat lijkt me vrij evident. Jullie zitten 50 personen aan het opleiden waar je duidelijk maanden tot jaren zou nodig hebben aan opleidingskosten. En zelfs hierna zou het moeizaam gaan. Sommigen moeten wellicht op pensioen.

    In elk beroep zit je tegenwoordig in een proces van levenslang leren. Dat hoort erbij en een werkgever (in dit geval de overheid) moet daarin ook investeren. Dat het moeizaam zal gaan en dat er mensen uit de boot zullen vallen, daar zijn we ons zeker van bewust.

    Welnu, iedereen van de jonge/geïnformatiseerde generatie kan met een wikipedia werken. Zet genoeg computers met bij voorkeur enkel een aantal websites en toepassingen (google, wikipedia, …) zodat je zeker bent dat je connecties niet fout worden gebruikt, et voila.

    Wat bedoel je daar nu mee? In de Hoofdstedelijke Openbare Bibliotheek hebben we momenteel al 20 computers staan met een volledig vrije toegang tot het internet (dus niet beperkt tot enkele voorgeselecteerde sites, wat je soms nog wel eens ziet). Op die computers zijn ook buroticatoepassingen geïnstalleerd: Microsoft Word en Excel, OpenOffice.org… Bij het beëindigen van elke sessie wordt de computer via DeepFreeze in volledig maagdelijke staat hersteld. Goed voor de privacy en geen problemen met virussen of allerlei geïnstalleerde software die op de harde schijf achterblijft. Maar helpt dat mensen bij het vinden van de informatie die ze zoeken? Ja, voor de eenvoudige dingen wel. Je doet een zoekopdracht in Google en je krijgt gegarandeerd een antwoord.

    Inlichtingenwerk gaat een stap verder. Daar begeleid je de mensen bij het zoeken naar informatie die een antwoord kan bieden op hun vraag. Dat kunnen soms gespecialiseerde vragen zijn en daar heb je dus liefst een verzameling van gespecialiseerde sites ter beschikking om de mensen zo snel mogelijk te helpen. Het gaat dan om vragen over opleidingen, diploma’s, werk zoeken, Nederlands als tweede taal, wonen in Brussel, sociale problematiek… Als bibliotheek hebben wij daarin uiteindelijk slechts een doorverwijsfunctie, maar je moet de mensen wel naar de correcte instantie kunnen doorverwijzen. Onze inlichtingenwerkers zijn inhoudelijk voor dat soort vragen opgeleid, de meesten hebben immers een bibliotheekdiploma.

    Laten we dan nog zwijgen over de vele torrents e.d. waar je boeken kan vinden nog voor ze uit zijn. Persoonlijk vond ik nergens in Brussel een Engels boek en via een torrent heb ik dat op 20 minuten binnengehaald. Praktisch op pc? Wellicht niet, en afprinten zou niet milieubewust zijn, maar al bij al stel ik me vragen bij het opleiden en de richting die jullie uitgaan: Zoals ik al zei getuige het ‘feest’ dat de openbare bibliotheek organiseerde, lijkt me de werking en de ideeën nogal oubollig.

    Maar wees nu even realistisch: de meeste van onze klanten weten niet wat een torrent is en dat interesseert hen ook niet. Slechts een beperkt segment van onze hoogopgeleide klanten is daarin geïnteresseerd.

    Je hebt geen clowns, jongleurs, kinderanimatie nodig om jezelf te profileren, noch een volledige opleiding van je mensen. Niet iedereen moet elk platform kunnen gebruiken.

    Je moet een feest – want je zinspeelt toch op ons feest van “30 jaar HOB” niet verwarren met onze dienstverlening. En wat die opleiding betreft: ik geloof daar zelf wel sterk in. Als bibliotheekmedewerker moet je jezelf voortdurend bijscholen, want de ontwikkelingen gaan razendsnel. Hoe kun je trouwens van je personeel verwachten dat ze klanten helpen met bepaalde toepassingen als dat personeel die toepassingen zelf niet kan gebruiken. Dus om ze die dingen te leren gebruiken is er opleiding nodig.

    Jullie zitten 10-uur workshops aan het organiseren voor tools voor intern gebruik die naar het publiek toe bij de heropening in mijn ogen slechts een geringe vrucht gaan afwerpen.

    Je doet alsof wij tientallen tools willen ontwikkelen. Dat is niet het geval. Er is momenteel onze del.icio.us-pagina en we zijn aan het experimenteren met een wiki. Voor het aanmaken van een link in del.icio.us en het schrijven van een bericht in een wiki heb je geen opleiding van 10 uur nodig. Dat kun je op een voormiddag onder de knie krijgen.

    Wat jullie me dunkt meer nodig hebben dan zoveel workshops en infosessies, is dialoog, met personen en organisaties die je tot nu toe weinig tot niet tot de bibliotheek krijgt, om te horen waarom niet. Als ik persoonlijk momenteel informatie nodig heb op deze computer zou ik ook gewoon beginnen wikipedia raadplegen e.d., ik zie slechts zeer weinig reden om nog naar een bibliotheek te lopen en een uur te verliezen. Wellicht zijn we met steeds meer die zo denken.

    Een openbare bibliotheek heeft verschillende functies. De informatiefunctie is er daar slechts één van en toegegeven, op dat vlak verliest de bibliotheek aan belang omdat je veel feitelijke informatie op het internet kunt vinden. Maar heel wat informatie zit in het zogenaamde deep web of in gespecialiseerde, betaalde databases. Daarvoor kan je dan in de bibliotheek terecht.

    En ook voor de ontspanning uiteraard. Romans, luisterboeken, cd’s en dvd’s doen het nog altijd uitstekend. Bij bepaalde genres van muziek zien we een terugval in de uitleen omdat die genres via download ter beschikking komen. Maar ook daar gaan we als openbare bibliotheken in mee, bijvoorbeeld met projecten als DigiLeen (het uitlenen van digitale muziek, via downloads dus) waar momenteel in Gent (en wellicht volgend jaar in heel Vlaanderen en Brussel) een proefproject mee loopt.

    Ten slotte heb je ook nog de functie van de verblijfsbibliotheek: de bibliotheek waar je aan een activiteit kunt deelnemen, samen met vrienden of alleen kunt studeren, aan klasprojecten kunt werken. In de examenperiodes hebben wij traditioneel heel wat allochtone studenten die bij ons komen studeren in de stille zone, wellicht omdat ze thuis geen eigen studeerruimte hebben. Ook dat is dus een functie van de openbare bibliotheek.

    De bibliotheek moet zeker en vast op een aantal vlakken een inhaalbeweging maken. Die bibliotheek nieuwe stijl zou je Bibliotheek 2.0 kunnen noemen. Maar de realisatie van Bibliotheek 2.0 betekent niet dat onze vroegere opdrachten komen te vervallen. Het is geen of-, maar een en-verhaal. De bibliotheek als laagdrempelige openbare instelling is er voor iedereen, niet alleen voor de jongere, hoogopgeleide klanten.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *