Lokale bronnen

“Van horen zeggen hoor je veel liegen” drukte mijn straatwijze grootmoeder me altijd al op het hart. En gelijk had ze. Het achtste gebod zegt het immers: “Mijd … de achterklap en ’t liegen”. Wees dus dubbel op je qui-vive als zogenaamde lokale bronnen je iets in het oor fluisteren.

Deze middag in het kleine, maar gezellige keukentje van de bibliotheek. Geen vuiltje aan de lucht. Ik geniet van mijn dagelijkse appeltje. Collega H. is er ook. Hij voelt me aan de tand. Of ik niet iets moet vertellen? “Hoezo, vertellen?” vraag ik. Wat dan? En aan wie? “Aan iedereen” antwoordt H.

Ach, wordt er over mij geroddeld? Ik ga niet trouwen en ik heb ook geen plannen om hier weg te gaan. Ik ben niet op zoek naar een andere baan. Dus ik zou echt niet weten wat er te vertellen valt. “Misschien word je uitgehuwelijkt, maar weet je het nog niet” oppert iemand. Pfff… hoe grappig hahaha.

“Wie heeft er dan gezegd dat ik iets te vertellen had?” vraag ik aan H. Dat weet hij niet meer. Een lokale bron. “Een lokale bron?” vraag ik. Wat is dat dan, een lokale bron? En zo gaat het nog een tijdje door. Ons onderonsje wordt door de vrouwelijke collega’s afgedaan als… typisch vrouwelijk.

H. stelt mijn geduld en nieuwsgierigheid danig op de proef. “Wie A zegt, moet ook B zeggen” probeer ik hem een antwoord te ontlokken. Maar H. brengt het gesprek telkens op een ander onderwerp. “Ik bescherm mijn bronnen” zegt hij nog als een volleerd journalist.

Terug in mijn werkkamer pols ik collega’s of zij de “lokale bron” zijn. Maar niemand weet het. Of is het een complot en gebaren ze van kromme haas? Misschien houdt H. me gewoon voor de gek? “Ik zal er de hele nacht niet van slapen” bezweer ik hem nog. Hij lacht mijn jeremiade weg.

Wat zou ik nou in godsnaam te zeggen kunnen hebben? Ik heb niets te verbergen. Wie op zoek is naar saillante details of bezwarende feiten, moet me maar even googelen. Tussen de 8.000 en 25.000 hits (al naargelang je al dan niet aanhalingstekens gebruikt) onthullen heel wat aspecten van mijn leven. Geheimen zul je er niet in aantreffen. Wat niemand mag weten openbaar ik niet op het internet.

Ik maak er geen geheim van dat ik op zwart- en roodharige vrouwen val. Dat ik geen voorstander ben van relaties op de werkvloer is misschien minder bekend. Evenmin is het een geheim dat ik al jaren pendel tussen deïsme, theïsme en agnosticisme, maar dat ik zeker geen atheïst ben. Ik oefen mij bescheiden in de naastenliefde. Ondertussen weerhoudt me dat er niet van om rationele, commerciële en soms harde en weinig populaire standpunten in te nemen. Het ene is niet in strijd met het andere. Mijn motto is “Behoudend in vooruitstrevendheid”. Voor de rechtsen ben ik te links en voor de linksen te rechts. Ik pas niet in één hokje. En dat is goed zo.

Maar nog altijd weet ik niet wat de “lokale bronnen” van H. me willen doen zeggen. Ik heb werkelijk geen flauw idee. En dus ga ik een lange, slapeloze nacht tegemoet.

4 gedachten over “Lokale bronnen”

  1. Ondertussen veroorzaakt mijn bericht in de bibliotheek enige deining. Of dat met de “lokale bronnen” te maken heeft, of met mijn bekentenis over zwart- en roodharige vrouwen, laat ik in het midden.

    En wat ik volgens H. dan zonodig moest zeggen? Wel, ook dat is ondertussen bekend. Alleen kan ik er omwille van de discretie (ik ben een beëdigd ambtenaar) hier weinig over kwijt. Het ging om zo’n typische situatie waarbij halve informatie tot een verhaal aan elkaar wordt gebreid. Dat verhaal gaat dan een eigen leven leiden, met misverstanden tot gevolg. Het nodige werd ondernomen om die misverstanden recht te zetten.

    Over naar de orde van de dag.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *