Verdeel en heers

In zijn stukje Van stok- en andere paardjes schrijft bibliothecaris Paul Wouters van Turnhout dat bibliothecarissen de moed moeten hebben om keuzes te maken omtrent “welke dienstverlening kwalitatief kan worden uitgebouwd met de beschikbare en/of te verwachten middelen.” Je moet ook kunnen kiezen, zegt hij, “welke taken zelf worden uitgevoerd of beter worden uitbesteed aan derden” en “welke opdrachten in samenwerking met andere bibliotheken of organisaties worden ingevuld.”

Paul heeft volkomen gelijk: er moeten keuzes worden gemaakt. En kiezen is in zekere mate verliezen. Maar opdrachten die je lokaal niet wilt of kunt uitvoeren, kun je misschien wel in samenwerking met andere bibliotheken in je eigen regio realiseren. Kiezen in samenwerking met anderen betekent ook dat iedereen kan inzetten op datgene waar hij goed in is of (financiële en personele) middelen voor ter beschikking heeft.

Het probleem is wel dat openbare bibliotheken nog steeds hun decretale kader ‘tegen’ hebben. Onze bibliotheken worden verondersteld open te staan voor iedereen. Maar ‘iedereen’ bestaat niet en is dus gelijk aan ‘niemand’.

Er bestaat niet zoiets als ‘de klant’. Daarom hebben openbare bibliotheken het ook zo moeilijk met hun imago. Een imago veronderstelt een duidelijk afgebakend doelpubliek, een welbepaalde markt (excusez le mot). Zolang openbare bibliotheken elk op zich en afzonderlijk verplicht worden om iedereen van dienst te zijn, lukt dat niet.

Moeten onze bibliotheken dan mensen uitsluiten en zich alleen richten tot een paar ‘happy few’? Nee, natuurlijk niet. Openbare bibliotheken blijven dé democratische instellingen bij uitstek waar elke burger terecht moet kunnen voor informatie, ontspanning en ontmoeting. Alleen moet elke dienstverlening misschien niet in alle locaties en niet overal in even grote mate aanwezig zijn.

Maak binnen een regio afspraken over collecties (en IBL), dienstverlening, (delen van) personeel, openingsuren… En als je het over heel Vlaanderen bekijkt: centrale mediaverwerking natuurlijk. Ik weet het wel: dat is allemaal gemakkelijker gezegd dan gedaan. Want elke gemeente is autonoom en de lokale gemeentepolitiek draagt er vaak toe bij dat gemeenten zich nog als baronieën gedragen.

Er zijn geen pasklare oplossingen en het zou ons ook te ver voeren om die op deze plaats proberen te bedenken. Maar ik denk dat gemeenten hun krachten en vooral hun financiële middelen moeten bundelen om zo méér te doen met evenveel (of zelfs minder) geld. En we kunnen daarvoor kijken naar de universiteits- en hogeschoolbibliotheken die al veel langer bezig zijn met het vormen van consortia en afspraken maken rond het collectiebeleid en rond bijvoorbeeld abonnementen op (elektronische) tijdschriften en databanken.

Om dan maar met een op het eerste gezicht heel tegenstrijdige boutade af te ronden: Verdeel en heers, want eendracht maakt macht!

Eén gedachte over “Verdeel en heers”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *