Auteursrecht en kunstmatige schaarste

Bij het lezen van de “10th Anniversary Edition” van The Cluetrain Manifesto van Rick Levine, Christopher Locke, Doc Searls en David Weinberger (Basic Books, 2009, ISBN 9780465018659) kwam ik in het hoofdstuk “In Defense of Optimism” van David Weinberger een interessant standpunt over auteursrecht en het internet tegen. Ik ben zo vrij de tekst hier in het Nederlands te vertalen met het oog op verdere discussie. De oorspronkelijke Engelse tekst is overigens veel creatiever geschreven dan ik hem hier kan vertalen.

Als u denkt dat de waarde van het internet wordt bepaald door de waarde van wat het inhoudelijk te bieden heeft, dan beschouwt u het auteursrecht wellicht als uw krijgskoning. Op die manier wordt auteursrecht het eerste van alle rechten en daarmee draait het onze cultuur om zijn benige vingers.

Natuurlijk dient het auteursrecht een doel: “Het Parlement heeft de Macht om de Voortgang van de Wetenschap en van de toegepaste Kunsten te bevorderen, door voor een beperkte Tijd het exclusieve Recht te vrijwaren van Auteurs en Uitvinders ten aanzien van hun respectieve Geschriften en Ontdekkingen.” Onze voorvaderen schreven dat in schoonschrift in Artikel I, Paragraaf 8, Punt 8 van onze Grondwet. Het auteursrecht bestaat om scheppende kunstenaars aan te moedigen om te blijven creëren. Maar niemand kan beweren dat een auteur ontmoedigd zou worden om een boek te schrijven als het auteursrecht niet tot 70 jaar na zijn dood zou gelden. En dus heeft de clausule ‘overlijden+ 70 jaar’ van de huidige auteurswet niets meer met een aanmoediging te maken. In zijn huidige vorm bestaat het auteursrecht eerder omwille van die industrietakken die in het verleden hun voordeel deden met de natuurlijke schaarste van materiële goederen. Nu creatieve werken in overvloed aanwezig zijn, probeert het auteursrecht via de wet de schaarste te herstellen die de technologie heeft voorkomen en die de markt heeft verworpen.

Het bewijs hiervan is alomtegenwoordig. Computers verhinderen ons om content te hergebruiken door digital rights management (DRM) in hun besturingssystemen en hardware in te bakken. Eén bepaalde internetprovider – AT&T – heeft zelfs aangekondigd zijn netwerk te gaan controleren op zogenaamd onrechtmatige content. Apple iTunes heeft er voor gezorgd dat je je eigen computer moet kraken om liedjes van de ene machine op de andere te kunnen overzetten en iStore laat je alleen software die door Apple is goedgekeurd op je iPhone installeren.

Niets van dit alles is verrassend. De amusementsindustrie omvat nu niet alleen de filmmakers, maar ook de netwerkproviders en de soft- en hardwareproducenten. En allemaal hebben ze belang bij schaarste, zelfs als dit betekent dat cultuur in een doodlopende straat terechtkomt en onze vooruitgang op het vlak van de wetenschap en de kunsten wordt onderdrukt zodat de middelmaat ons kan blijven verblinden met herkauwd en risicoloos materiaal. Als het ons doel zou zijn om cultuur maximaal te doen bloeien, eerder dan de belangen van een kleine groep van producenten en uitgevers te beschermen, dan zouden we een wereld vol muziek en creativiteit kunnen hebben.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *